De tegenhanger van zelfmoord is zelfliefde
Zelfmoord. Volgende maand is het tien jaar geleden dat ik aan Robins bed stond en de viscerale boodschap “het is te laat” me zelfs in mijn shockstaat wist te verpletteren. Ik was te laat.
Het blijft voorbijkomen… Mensen die geen andere uitweg meer zien. Het triggert. Het onnodige verlies. De pijn van het slachtoffer, de nabestaanden. De vele kortzichtige en onwetende opmerkingen die ermee gepaard gaan. Maar uiteindelijk triggert het vooral de drang die ik voel om er iets aan te doen. Om te laten zien dat het nooit de oplossing is en vooral dat het wél beter kan worden. Want elk doodlopend verhaal, elk geval van lijden, voelt als een gemiste kans.
Voor mij was het meest pijnlijke de pijn die Robin heeft moeten verdragen. ALLEEN. Vanaf het moment dat ik op hem vloog en niet bereid was hem ooit nog los te laten, maakte ik instinctief een instant belofte: vanaf nu zal ik je beschermen. Je zal nooit meer alleen zijn. Daarna kwam mijn eigen verlies. Mijn vangnet, mijn “who you gonna call”, had mij niet als vangnet gebruikt. De waarom had hij juist dít niet met mij besproken woog zwaar. Ik wist het al snel want voor antwoorden moet je altijd naar de kern.
Het leven na de koffie en cake is keihard en voor altijd veranderd. Wanneer het medeleven opgaat in het leven van alledag en zijn naam steeds meer uit het gesprek verdwijnt. Wanneer hij iets wordt dat liever niet meer wordt opgerakeld. Wanneer alle mooie herinneringen worden begraven onder de angst voor pijn of ongemak. Er zijn mooie quotes die ik gelukkig altijd heb aangehangen als het om Robin gaat. Mijn verdriet voor hem is simpelweg liefde die nergens anders meer heen kan. Ik had zelf ook al vaker op het punt van gestaan, maar nu beleefde ik het aan de zijlijn en leerde ik dat je het verdriet niet met je meeneemt, je geeft het door.
De opmerkingen rondom zelfmoord zijn vaak te verdelen in 2 categorieën; kortzichtig en onwetend. Ze doen afbreuk aan het karakter (zogenaamd egoïstisch) of de geleverde doodstrijd. Altijd wordt er voorbijgegaan aan de kern en bij de laatste worden er situationele redenen genoemd als “baan verloren”, “fout gemaakt” of “zat de laatste tijd niet lekker in zijn/haar vel”. De meesten zitten wel eens niet lekker in het vel, we maken allemaal van alles mee, dan maak je er nog geen einde aan. Dat zijn dan dus ook vaak de kreten die erop volgen. Niet helpend, het gaat natuurlijk veel verder dan dat: het gaat tot de kern. Die kern is lage eigenwaarde. Die kern is de kernovertuiging die in de kindertijd wordt vergaard en uiteindelijk de bril wordt, onze software, waardoor het hele leven wordt gevormd en waargenomen. Ik ben niet goed genoeg. Ik ben tot last. Wanneer die kernovertuiging zegt dat je niets waard bent dan kan dát onder slechte omstandigheden je galg worden. Zelfmoord: het is de moord van die zelf die nooit echt mocht zijn. De zelf die te zwaar was, voor jezelf en voor anderen. De moord moest ontlasten.
Het spijt me. Vergeef me. Dat is het laatste dat Robin vroeg. Alsjeblieft, vergeef ons. Dat is wat ik hem vroeg, op het altaar tijdens zijn begrafenis. Dat was mijn boodschap. Robin was verre van egoïstisch, Robin dacht dat hij ons ontlastte. Hij geloofde tot in zijn kern dat hij tot last was. Dat is wat de meesten geloven. Ik vroeg om vergeving want nee, we hadden misschien geen schuld, maar hij heeft zich zó verschrikkelijk alleen en hopeloos gevoeld terwijl hij náást ons zat. Elke dag zag ik hem en toch kon hij dit allemaal dragen zonder dat ik doorhad dat het zó erg was, dat dit een optie was geworden. Met zo’n overtuiging ontkom je nooit aan schaamte en dat droeg eraan bij dat hij zich isoleerde. Hij was aan het verdrinken en zag mensen aan de kant staan, maar schreeuwde niet om hulp. Schaamte zit niet lekker in het vel. Schaamte is het laatste zetje.
Het is een pijn die alle andere pijn ontstijgt – tot last zijn. Jouw bestaan is een last voor anderen. Hoe egoïstisch moet je dan zijn om te blijven? Dat is de vraag. Daarom is het zo gevaarlijk… Zo depressief zijn. Zulke zware en compleet irrationele overtuigingen dragen. Ik was heel jong toen ik wist dat ik mijn vader, moeder en zelfs opa goed moest houden. Ze hadden mij nodig, ieder op hun eigen manier. Ze hadden verder niets. Dat werd duidelijk in tussen neus en lippen door, in woorden en in de zware, eenzame levens die ze leidden. Ik was hun wereld. Een vader en/of moeder die je nodig heeft om gelukkig te zijn is overigens de beste training voor een leven lang emoties te verdringen – ik mocht nooit te zwaar zijn. Ietwat lastig met mijn levensloop. Mijn moeder kon niet zonder mij, wist ik, maar op mijn diepste punt dacht ik ineens heel anders. Hier een stukje uit mijn roman Oud en Nieuw. De “openbaring” die ik kreeg tijdens mijn opname op de PAAZ-afdeling, daar waar ik een gevaar voor mezelf was geworden:
Dan komt het besef. Het ligt aan mij. Ik kan het mooier maken dan het is, maar in al zijn lelijkheid is het erg simpel – ik ben niet meer dan een last voor mijn moeder. Mijn einde zal haar ontlasten. Ik weet natuurlijk best wel dat ik haar heel veel verdriet zal doen. In het begin, in ieder geval. Na de eerste schrik zal ze misschien beseffen dat ze eindelijk weer een leven heeft zonder ballast. Ik ben die ballast. Ik houd haar tegen. Ze zal vrij zijn. Ik kan haar toch niet langer laten lijden onder mijn falen? Dat ik dit nu pas zie! Ik ben eigenlijk erg egoïstisch door hier te zijn. Ik voel hoe de tranen over mijn wangen lopen. Een onuitputtelijke waterval. Ik huil om mijn eigen dood.
Hoe ver dit van de werkelijkheid afstaat begon gelukkig een paar dagen erna door te schemeren toen ik het licht zag, dat van mezelf welteverstaan. Depressiviteit is namelijk niet even een knop omzetten, even de schouders eronder of toxic positivity knallen. Door depressie of langdurige stress (bv. burn-out) veranderen de hersenen, sommige delen sterven zelfs af. Dan kán je niet meer positief denken, enkel nare herinneringen blijven achter en je gevoel is weg. Het goede nieuws is dat de hersenen ook weer kunnen herstellen.
‘Ma, Robin wordt zo geen 40,’ zei ik, twee dagen voor zijn dood. Tien jaar voordat hij veertig had moeten worden. Geen idee dat ik nog maar twee dagen zou hebben met hem. Zo erg zijn de meeste mensen uit verbinding met elkaar. We kunnen aan tafel eten met elkaar. We kunnen zeggen “ik hou van je” of “hoe gaat het met je?”, zonder dat we ook maar een idee hebben van wat er echt in iemand omgaat, wat de ander écht draagt. Waarom? Omdat we al erg vroeg “binding boven authenticiteit” leren om te overleven. Als je jezelf maar genoeg aanpast, klein maakt en onderdrukt, dan hoor je erbij. Juist zo verliezen we de verbinding met onszelf en kunnen we ook geen échte verbinding meer met elkaar maken. Sta je stil, heb je klachten waar je niet vanaf komt, weet je niet wat je wil, blijf je verkeerde personen aantrekken, zit je gevangen in negatieve patronen, de verkeerde relatie/baan of een leven dat niet vervult óf verdrink je dan moet je altijd terug naar de kern – jouw kern. Wie was je voordat je jezelf begon aan te passen en klein te maken en welke overtuiging over jezelf is toen je kooi geworden die je nu vasthoudt? Dit inzicht verkrijgen is een lange weg, maar het is de enige weg naar buiten – vooruit – en het maakt van je galg een strik.
En Robin, die heb ik onderhand losgelaten. Hij mag gaan waar hij moet zijn om zijn rust te vinden, hij heeft daar genoeg te doen en ik hier. Hij zal nooit meer alleen zijn én nooit vergeten worden, daar zorg ik voor. Zijn naam blijf ik noemen, zijn verhaal blijf ik vertellen. Ons verhaal zal anderen weerhouden dezelfde doodlopende afslag te nemen. De schaamte die ons ooit zou doen verdwijnen, doorbreken we nu samen. Over 66 dagen wordt hij geen 40, maar zijn boodschap leeft door.