Ik Dacht Dat Ik Nog Tijd Had
We gaan niet snel genoeg, ik ben al minstens een dag te laat. Ik kan niet meer nadenken, ik weet alleen dat ik naar Robin moet. Nu! Voordat de auto stilstaat spring ik eruit, de voordeur staat al open. Vrij toegang tot de hel. Ik vlieg de trap op, zijn kamerdeur zit altijd dicht maar is nu open. Daar ligt hij. Het is te laat – een viscerale boodschap. Pijn van mijn kruin tot mijn tenen, pijn tot in het diepst van mijn ziel.
Daar ligt hij. Mijn grootste vriend. Mijn broer. Ik ben te laat. Mijn pijn wordt weerspiegeld op zijn te harde gezicht – grijs. Zijn vertrokken gezicht, een pijnlijke grimas. Geen verlossing, geen rust, geen acceptatie. Ik vlieg bovenop hem. Zwarte trainingsbroek, de gladde stof om zijn benen – keihard. Ik snap het niet. Waarom is hij zo hard?
Ik huil de broek nat en schreeuw in mijn vastgelopen ontreddering: ‘ik dacht dat ik nog tijd had. Ik dacht dat ik nog tijd had. Ik dacht nog tijd had.’
Stijf, zo stijf. Robin is altijd warm en zacht. Ik snap het nog steeds niet. Zijn groene shirt. Zijn getergde gezicht naar links. Stijf, als uit steen gehouwen. Om me heen zie ik niks, hoor ik niks. Ik kan niet nadenken, alleen voelen. Ik voel hoe mijn hart uit mijn borstkas is gerukt, ik ben uitgehold en voel aan alles dat dit nooit meer goed komt. Ik weet één ding: dit is absoluut. Dit is nooit meer terug te draaien. De echo van wat ooit was maar nooit meer zal zijn, klinkt nog na in de ruimte behangen met eenzaamheid. Ik word van hem afgetrokken. Ik wil niet weg. Ik wil nooit meer bij hem weg. Hij was alleen, zo alleen. Hij mag nooit meer alleen zijn. Ik laat me niet wegtrekken en zak neer op de bureaustoel naast het bed. Dan gooi ik het eruit. Schreeuwend.
‘Robin! Nee! Waarom? Waarom kon je niet op me wachten? Waarom heb je niks gezegd?’
Felgeel. Groen. Ambulancemedewerkers. Ik moet aan de kant. Door zijn slaapkamerraam zie ik zwaailichten van de ambulance voor de deur. Geen sirene, geen haast. Haast is voor hoop, haast is voor de levenden.
‘Ik dacht dat ik nog tijd had. Ik dacht dat ik nog tijd had. Ik dacht dat…’
‘Angel,’ ma rijdt me huilend opzij zodat de ambulancemedewerkers hun ding kunnen doen. ‘Angel,’ huilend duwt ze mijn gezicht naar zich toe, van het geel en groen dat Robin onderzoekt af. ‘Denk je om de baby... je moet uitkijken, hoor je me?’ verheft ze haar gebroken stem. Haar ogen als twee oneindige poelen van verdriet met daaronder donkere schaduwen vol schuldgevoel.
Ik Dacht Dat Ik Nog Tijd Had (Oud & nieuw #2)
Vandaag is het negen jaar geleden dat mijn broer en beste vriend Robin een einde aan zijn leven maakte en daarbij het onze voor altijd heeft veranderd. Verdriet wordt niet meegenomen maar doorgegeven. Ik heb dit verdriet omgezet in iets moois van betekenis. Niet alleen met mijn eigen verhaal, maar ook met dat van Robin wil ik d.m.v. boeken en presentaties inspireren authentiek en ten volle te leven: het leven kan zo mooi zijn. Zo is het allemaal niet voor niets geweest.❤️
113 Zelfmoordpreventie #113